Image 01 Image 02 Image 03 Image 04 Image 05 Image 06 Image 07
Sage (gerelateerd)
Dendermonde

De Ros Beiaardommegang

Flyer van De Ros Beiaardommegang van 2010

De Ros Beiaardommegang heeft in feite zijn ontstaan te danken aan kerkelijke plechtigheden en godsdienstige processies. De eerste Ommegang was in 1393. Aanvankelijk bestond de stoet uit godsdienstige groepen, later stapten de gilden en ambachten mee op. In het midden van de 16de eeuw kwam er een scheiding tussen het religieuze en het profane. De Ros-Beiaardommegang vindt om de tien jaar plaats. De Ommegang werd hoe langer hoe meer een kleurrijke stoet met knaptanden, huppelpaarden, Hottentotten, reuzen, een klein peerd en nog zoveel meer.

Enkele populaire figuren zijn (of waren):

Kalleke Step

Wie Dendermondenaar is met hart en ziel kent de naam Kalleke Step. In de Ommegang bewondert groot en klein de Vier Heemskinderen op het Ros Beiaard en de nar die het Ros Beiaard leidt. Iedereen kijkt vol bewondering naar de pijnders die langs het Peird meelopen en denkt even aan de pijnders onder het Peird.

De dragers van de "zuip" en de ladders krijgen even aandacht. De vedelaar of menestreel is een artiest. Maar...de man die het meest opvalt is Kalleke Step, de man in het leuke narrenpak, de acrobatische tuimelaar. Hij geeft ergens de indruk het Ros te leiden en te begeleiden door middel van twee touwen die verbonden zijn met het bit van het Ros. De linten zijn in de kleuren van Dendermonde, rood en wit.

Kalleke Step lijkt er aan vastgesnoerd van kop tot teen, van bij het vertrekpunt tot aan de aankomst, de grandioze apotheose op de Markt. Kalleke Step is een lenig, energiek persoon die zonder ophouden de hele Ommegang door blijft dansen, springen en plezier maken.

De naam Kalleke Step dateert uit het begin van onze eeuw. In Ommegang 1914 was Kalleke Step de bijnaam van deze nar. Sindsdien spreekt niemand nog van 'nar', wel van Kalleke Step!

De Draak

Behalve het Ros Beiaard werden in de Ommegang ook een aantal andere reuzendieren gedragen, "kermisbeesten" genoemd. Zo was de draak zeer populair. Hij werd meestal bekampt door Sint-Joris. Tot in 1602-1603 vond men in de archieven rekeningen over de draak die gestoffeerd of hersteld moest worden. Men vond ook een rekening over "poeder". Dat kan er op wijzen dat hij eventueel "vuur" spuwde of zelf onder vuur genomen werd. Later werd er niets meer over geschreven.

De Eenhoorn

Ook de eenhoorn wordt een paar maal vermeld. Hij stamt als dier uit de fabelwereld en wordt voorgesteld als een paard met een lange rechte hoorn in het midden van het voorhoofd. De eenhoorn beschikt, volgens het volksgeloof, over de macht om vergiftigde bronnen te zuiveren, door zijn hoorn in het water te steken, of door er met zijn hoorn het kruisteken over te maken. Zijn beeld komt voor als uithangteken van apothekers en drogisten omwille van de hoorn van de unicornus die als een universeel geneesmiddel gold. De eenhoorn treedt slechts éénmaal op in de stad.

Rupelmonde en Dendermonde werkten toen namelijk samen en Dendermonde mocht twee kemels en één eenhoorn gebruiken voor zijn Ommegang in 1540. Die werden geladen en gelost door arbeiders en pijnders.

De Kemels

Nadat Dendermonde in 1540 twee kemels geleend had van Rupelmonde besloot men nog hetzelfde jaar ook een aantal kemels te maken. In 1540 werd de schijnwerker Albrecht van Gheemeencht betaald voor het maken van drie kemels. Wat moeten we ons voorstellen bij een "kemel"? Het is een kameel, een dier dat met zijn lange schapenkop en hoge poten steeds een exotische attractie geweest is in de Ommegang.

Men maakt deze kameel na: een houten romp, bedekt met lijkwaad, geverfd en gepolijst. De kemel werd voorzien van twaalf kleine en zes grote bellen. De kemels werden gedragen door "dragers". Niemand weet of die dragers tot een bepaalde gilde of ambacht behoorden. Een kemel liep niet in zijn eentje rond. Er hoorde steeds een begeleider en een muzikant bij.

De Knaptanden

Bij onze Ommegang horen zeker de knaptanden. Het waren typische dieren in de 17de eeuwse Dendermondse Ommegangen. Er bestaan verschillende rekeningen in verband met de knaptanden want ze moesten regelmatig hersteld worden.

Een knaptand bestond - en bestaat nog - uit een soort wolfskop op een stok waarvan de beweeglijke kaaksbeenderen van vreselijke tanden voorzien zijn. De stok werd gedragen door een man die schuilging onder het kleed dat aan de stok bevestigd was. Met behulp van een koord kon hij de kaken laten open- en dichtklappen. De knaptanden treden vooral op om te plagen en te spotten, om aan kleren te trekken, om hoeden en mutsen af te rukken. Geen wonder dat ik er als kind zo'n schrik van had.

Van 1754 tot 1914 waren ze plots verdwenen uit de Ommegang. Maar in 1914 werd de traditie in ere hersteld en sindsdien komen ze met veel succes in elke Ommegang voor.

De Olifant

Van de olifant vond men slechts één rekening terug. Nochtans kwamen deze dieren in andere steden wel voor. In 1490 was er in de Ommegang te Leuven zelfs een olifant te zien waarop vier vrouwen zaten, die de werelddelen voorstelden. In Antwerpen en Brussel moet er ook een olifant geweest zijn. De olifant treedt op als symbool van zachtmoedigheid.

Bevindt hij zich in het midden van een kudde vee, dan gedraagt hij zich uiterst voorzichtig om de zwakke en tere dieren niet te raken en zeker niet te kwetsen. Heeft een reiziger de rechte weg verloren, en hij ontmoet in de woestijn een olifant, dan is hij gered en hoeft hij niets meer te vrezen. De olifant brengt hem weer in de juiste richting en op de goede weg.

Het Rad van Avontuur of van Fortuin

Ook het Rad van Avontuur of van Fortuin vormt een belangrijk onderdeel van het oorspronkelijk ommegangpatrimonium. Het is het symbool van de wisselvalligheden in het menselijk bestaan.

Hoe het er precies uitzag kon men moeilijk achterhalen. De oorspronkelijke benaming "radt van fortune" kan er op wijzen dat het beeld van Fortuna op een centrale spil stond. Op de rand van een schuin geplaatst wiel, dat voortgetrokken werd door een paard, stonden acht poppen die door hun kleding een bepaalde stand van de maatschappij voorstelden. Het wiel draaide voortdurend rond door aanraking met de grond en elke stand van de maatschappij kwam nu eens boven en dan weer beneden te staan en illustreerde zo de wisselvalligheden van het leven.

Het Schip

Een schip tref je normaal aan op het water maar sinds vele eeuwen maakt het ook deel uit van de Dendermondse Ommegang. In het begin beeldde het schip de legende van Sint-Ursula en haar duizend maagden uit. Het ging hier dus om een uitgesproken religieus tafereel. Pas in 1651-1652 spreekt men van een Oorlogsschip.

In 1754 mocht het schip zelfs de Ommegang openen. Het was vergezeld van plaatselijke schippers. Aan boord zaten drie personen die af en toe met een klein kanon een schot losten.

De Walvis

Ook de walvissen behoren tot de normale attributen van onze zeventiende-en achttiende-eeuwse Ommegangen. De Dendermondse walvis dateert pas uit 1711 en kwam op een speciale manier in de Ommegang terecht.

Het verhaal gaat als volgt: een witte dolfijn werd op 7 juli 1711 in de omgeving van het Schoor van Grembergen gevangen door vissers van de heer van Grembergen en vissers van Baasrode. De vissers stelden hem voor een kleine toegangsprijs tentoon te Dendermonde, en toonden hem later in Gent, Brussel en andere steden. De magistraat van Dendermonde liet hem opzetten en...hij mocht mee in de Ommegang van augustus 1711. Een nimf met pijl en boog zat op de vis die water spuwde alsof hij in volle zee was! Sedert 1850 figureerde hij in elke Ommegang in het gezelschap van Neptunus. Hij is voorzien van een groot waterreservoir en Neptunus, de ongevaarlijke watergod, zoekt spottend zijn slachtoffers om ze naar hartelust nat te spuiten.

De Zeewagen

Een zeewagen klinkt een beetje ongewoon in een Ommegang. Zee en wagen horen feitelijk niet samen maar in het verleden was dat anders. De zeewagen stond in dienst van Neptunus. De wagen had de vorm van een schelp. Veel is er niet over bekend, alleen was er sprake van de zeewagen in 1651-1652.

De Zwaan

En ten slotte is er de zwaan. Van dit dier weet men enkel dat het in 1754 meeging in de Ommegang. Na 1807 verdween de zwaan als afzonderlijk element uit de Ommegang. Vele auteurs bestempelen de zwaan als het dier van de minne, dat Venus en Aimor begeleidt.

© 2019 Filip Gybels